Aandoening

Resistentiemechanismen bij doelgerichte therapie

Resistentie tegen doelgerichte therapie is onvermijdelijk en is de voornaamste oorzaak van therapiefalen. Mechanismen zijn divers: on-target mutaties (secundaire mutaties in het doelwit, bijv. EGFR T790M, ALK G1202R), off-target activering (bypass-pathways, bijv. MET-amplificatie bij EGFR-TKI), histologische transformatie (NSCLC → SCLC), en tumor-intrinsieke factoren (epigenetische herprogrammering, stamcelkenmerken).

Kernbegrippen

On-target resistentie
Resistentie door mutaties in het doelwit zelf waardoor de remmer niet meer kan binden.
Off-target resistentie
Resistentie door activering van alternatieve signaleringsroutes (bypass-pathways).
Histologische transformatie
Verandering van tumorhistologie (bijv. adenocarcinoom → SCLC) als resistentiemechanisme.

Resistentiemechanismen en strategieën

Detectie

Herbiopsie (weefsel of liquid biopsy) bij progressie is essentieel voor identificatie van het resistentiemechanisme en selectie van vervolgtherapie. ctDNA kan non-invasief resistentiemutaties detecteren. NGS van tumorweefsel geeft het meest complete beeld inclusief histologische transformatie.

Strategieën

Volgende generatie remmers (osimertinib tegen T790M, lorlatinib tegen ALK G1202R). Combinatietherapie targeting van meerdere pathways. Rotatieschema's. Drug holidays. De ontwikkeling van pan-mutant remmers (pan-KRAS, pan-EGFR) beoogt resistentie te voorkomen.

← Alle onderwerpen in Doelgerichte therapie