Aandoening

Antilichaam-geneesmiddelconjugaten (ADC's)

Antilichaam-geneesmiddelconjugaten (ADC's) combineren de specificiteit van een monoklonaal antilichaam met de cytotoxische kracht van een chemotherapeutische payload. De drie componenten — antilichaam, linker en payload — bepalen gezamenlijk de werkzaamheid en het toxiciteitsprofiel. ADC's hebben de oncologie getransformeerd met doorbraken bij borstkanker (T-DXd), blaaskanker (enfortumab vedotin), lymfoom (polatuzumab vedotin) en vele andere indicaties.

Kernbegrippen

DAR
Drug-Antibody Ratio — gemiddeld aantal payloadmoleculen per antilichaam; hoger DAR kan meer werkzaamheid maar ook toxiciteit geven.
Cleavable linker
Linker die in de tumor wordt gesplitst, waardoor de payload vrijkomt en bystander killing mogelijk maakt.
Bystander killing
Doding van omliggende tumorcellen door vrijgekomen payload die door de celmembraan diffundeert.

ADC's: ontwerp en klinische impact

Principes

Het antilichaam levert gerichte targeting, de linker bepaalt stabiliteit en payload-release, de payload is het cytotoxische werkzame middel. Belangrijke payloads: DXd (topoisomerase I-remmer, in T-DXd), MMAE (auristatine, in enfortumab vedotin, brentuximab vedotin), SN-38 (topoisomerase I-remmer, in sacituzumab govitecan). Het bystander effect van membraanpermeabele payloads maakt ADC's effectief bij heterogene doelwitexpressie.

Toxiciteit

ADC-specifieke toxiciteiten: interstitiële longziekte (ILD, met name bij DXd-payloads ~10-15%), oculaire toxiciteit, perifere neuropathie (MMAE), neutropenie, diarree. ILD-monitoring en vroegtijdig stoppen is cruciaal bij T-DXd.

← Alle onderwerpen in Doelgerichte therapie