Praktijk

Misselijkheid en braken bij chemotherapie: preventie

Misselijkheid en braken bij chemotherapie: preventie betreft een belangrijk aspect van de dagelijkse oncologische praktijk. Deze pagina biedt evidence-based aanbevelingen, praktische handvatten en richtlijnkaders voor optimale patiëntenzorg.

Misselijkheid en braken bij chemotherapie: preventie

Emetogeniciteitsclassificatie

Chemotherapieschema's worden ingedeeld naar emetogeniciteit: hoog (>90% risico: cisplatine, AC, streptozocine), matig (30-90%: carboplatine, oxaliplatine, irinotecan, doxorubicine), laag (10-30%: docetaxel, paclitaxel, etoposide) en minimaal (<10%: vincristine, bevacizumab). De anti-emeticakeuze volgt deze classificatie (MASCC/ESMO-richtlijn).

Profylactische schema's

Hoog emetogeen: drievoudige profylaxe met NK1-antagonist (aprepitant/fosaprepitant/netupitant) + 5-HT3-antagonist (ondansetron/granisetron/palonosetron) + dexamethason. Olanzapine (5-10 mg) als vierde middel bij cisplatine. Matig emetogeen: 5-HT3-antagonist + dexamethason, overweeg NK1-antagonist bij carboplatine. Anticipatoire misselijkheid: benzodiazepinen, gedragstherapie. Doorbraakmisselijkheid: switch naar ander 5-HT3-antagonist, toevoegen olanzapine.

← Alle onderwerpen in Ondersteunende zorg