Delirium bij oncologische patiënten
Delirium bij oncologische patiënten betreft een belangrijk aspect van de dagelijkse oncologische praktijk. Deze pagina biedt evidence-based aanbevelingen, praktische handvatten en richtlijnkaders voor optimale patiëntenzorg.
Delirium bij oncologische patiënten
Prevalentie en diagnostiek
Delirium treft 25-40% van opgenomen kankerpatiënten en tot 85% in de terminale fase. Presentatie: hypoactief (meest gemist), hyperactief (meest herkend), of gemengd. Screening: CAM (Confusion Assessment Method) of DOSS (Delirium Observation Screening Scale). Oorzaken: medicatie (opioïden, anticholinergica, corticosteroïden), infectie, metabole ontregeling, hersenmetastasen, orgaanfalen, dehydratie.
Behandeling
Causale behandeling: correctie van onderliggende oorzaak (opioïdrotatie, infectiebehandeling, rehydratie). Niet-farmacologisch: oriëntatie, dag-nachtritme, bekende gezichten, bril/gehoorapparaat. Farmacologisch: haloperidol (0.5-2 mg p.o./s.c./i.v., maximaal 5 mg/24 uur) bij agitatie/veiligheidsproblemen. Benzodiazepinen alleen bij alcoholonttrekking of terminale onrust. Palliatieve fase: midazolam s.c. bij terminale onrust.