Wat is longkanker?
Longkanker is wereldwijd de meest dodelijke kanker en de tweede meest voorkomende. In Nederland worden jaarlijks circa 14.000 nieuwe gevallen gediagnosticeerd. De vijfjaarsoverleving bedraagt gemiddeld 20%, maar varieert sterk per stadium en subtype. Roken is de belangrijkste risicofactor (~85%). De introductie van immunotherapie, doelgerichte therapie en screeningsprogramma's heeft de prognose bij specifieke subgroepen significant verbeterd.
Kernbegrippen
- NSCLC
- Niet-kleincellig longcarcinoom — ~85% van alle longkankers, omvat adenocarcinoom, plaveiselcelcarcinoom en grootcellig carcinoom.
- SCLC
- Kleincellig longcarcinoom — ~15% van alle longkankers, agressief groeiend, sterk geassocieerd met roken.
- Drivermutatie
- Specifieke genetische afwijking die tumorgroei aandrijft en doelwit kan zijn voor gerichte therapie (EGFR, ALK, KRAS, etc.).
- TNM-stadiëring
- Classificatie van tumoruitbreiding: T (tumor), N (lymfeklieren), M (metastasen) — bepaalt behandelstrategie.
Epidemiologie, diagnostiek en behandeloverzicht
Epidemiologie en risicofactoren
Longkanker is verantwoordelijk voor ~20% van alle kankersterfte. De incidentie bij mannen daalt door afname van roken, maar stijgt bij vrouwen. Naast roken zijn radon, asbest, luchtvervuiling en familaire belasting risicofactoren. Circa 10-15% van de patiënten heeft nooit gerookt; bij deze groep worden vaker drivermutaties gevonden.
Diagnostiek
Diagnostische work-up omvat CT-thorax, PET-CT voor stadiëring, weefselbiopsie voor histologie en moleculaire diagnostiek. Bij verdenking op hersenmetastasen wordt MRI cerebrum verricht. Moleculaire diagnostiek (NGS-panel) is essentieel bij niet-plaveiselcel NSCLC voor identificatie van drivermutaties.
Behandeloverzicht
Stadium I-II: chirurgie (lobectomie) ± adjuvante chemotherapie/immunotherapie. Stadium III: gelijktijdige chemoradiotherapie gevolgd door consolidatie-durvalumab, of neoadjuvante chemo-immunotherapie gevolgd door chirurgie. Stadium IV: systemische therapie gestuurd door moleculair profiel — doelgerichte therapie bij drivermutatie, immunotherapie ± chemotherapie bij wild-type.