Plaveiselcelcarcinoom van de long
Plaveiselcelcarcinoom van de long is het tweede meest voorkomende NSCLC-subtype (~25-30%) en is sterk geassocieerd met roken. Het is typisch centraal gelokaliseerd en presenteert zich vaak met hemoptoë of obstructiepneumonie. Drivermutaties zijn zeldzaam bij plaveiselcelcarcinoom; de behandeling berust voornamelijk op chemotherapie en immunotherapie.
Kernbegrippen
- p40/CK5/6
- Immunohistochemische markers die plaveiselceldifferentiatie bevestigen en het onderscheid met adenocarcinoom maken.
Diagnostiek en behandeling
Diagnostiek
Histologische bevestiging via bronchoscopie met biopsie (centraal gelokaliseerd) of CT-geleide biopsie. IHC onderscheidt plaveiselcelcarcinoom (p40+, CK5/6+) van adenocarcinoom (TTF-1+, napsin A+). Moleculaire diagnostiek is minder vaak informatief, maar wordt bij nooit-rokers wel aanbevolen.
Behandeling
Chirurgie bij vroeg stadium. Gelijktijdige chemoradiotherapie bij stadium III. Bij gemetastaseerde ziekte: pembrolizumab plus carboplatine-paclitaxel of nab-paclitaxel is de standaard eerste lijn. Bij PD-L1 ≥50%: pembrolizumab monotherapie. Nivolumab plus ipilimumab is een alternatief (CheckMate 227).