Niet-kleincellig longcarcinoom (NSCLC)
Niet-kleincellig longcarcinoom (NSCLC) omvat circa 85% van alle longkankers en wordt onderverdeeld in adenocarcinoom (40%), plaveiselcelcarcinoom (25-30%) en grootcellig carcinoom (10-15%). De behandeling wordt in toenemende mate gestuurd door moleculaire diagnostiek: bij adenocarcinoom worden frequent actionable drivermutaties gevonden (EGFR, ALK, ROS1, KRAS G12C, MET, RET, BRAF, HER2, NTRK).
Kernbegrippen
- Adenocarcinoom
- Meest voorkomend NSCLC-subtype, ontstaat uit klierweefsel, vaak perifeer gelokaliseerd.
- Plaveiselcelcarcinoom
- NSCLC-subtype dat ontstaat uit platte epitheelcellen, vaak centraal gelokaliseerd, sterk geassocieerd met roken.
- Actionable mutatie
- Genetische afwijking waarvoor een geregistreerde doelgerichte therapie beschikbaar is.
Moleculaire classificatie en behandeling
Moleculaire diagnostiek
Bij alle niet-plaveiselcel NSCLC (en bij nooit-rokers ongeacht histologie) wordt NGS-panel diagnostiek aanbevolen. De belangrijkste actionable targets zijn: EGFR (10-15% in Europa), ALK (3-5%), ROS1 (1-2%), KRAS G12C (13%), BRAF V600E (2%), MET exon 14 (3%), RET (1-2%), NTRK (<1%), HER2 (2-3%). PD-L1-expressie wordt bepaald als biomarker voor immunotherapie.
Behandeling per stadium
Vroeg stadium (I-II): lobectomie met mediastinale lymfeklierdissectie. Adjuvant cisplatine-doublet bij stadium II en geselecteerd IIIA. Adjuvant osimertinib bij EGFR-gemuteerd stadium IB-IIIA (ADAURA). Adjuvant atezolizumab bij PD-L1 ≥1% stadium II-IIIA. Lokaal gevorderd (III): gelijktijdige chemoradiotherapie + consolidatie durvalumab (PACIFIC). Gemetastaseerd (IV): behandeling gestuurd door moleculair profiel.