Longkanker en roken: preventie en stoppen
Roken is verantwoordelijk voor circa 85% van alle longkankergevallen. Het cumulatieve risico stijgt met de duur en intensiteit van het roken (pakjaren). Stoppen met roken verlaagt het risico aanzienlijk, ook na een longkankerdiagnose: het verbetert de behandelrespons, vermindert complicaties en verlengt de overleving. Stoppen-met-roken-ondersteuning is een integraal onderdeel van oncologische zorg.
Kernbegrippen
- Pakjaren
- Maat voor cumulatieve tabaksblootstelling: aantal pakjes per dag × aantal jaren gerookt.
- Stoppen-met-rokeninterventie
- Combinatie van gedragsmatige begeleiding en farmacotherapie (nicotinevervanging, varenicline, bupropion).
Roken en longkankerpreventie
Causaal verband
Tabaksrook bevat >70 carcinogenen die DNA-schade veroorzaken. Het relatieve risico op longkanker bedraagt ~20x voor rokers versus niet-rokers. Na stoppen daalt het risico geleidelijk: na 10 jaar is het risico ~50% lager dan bij voortgezet roken, maar het normaliseert nooit volledig.
Interventie bij kankerpatiënten
Stoppen met roken na diagnose verbetert chirurgische uitkomsten, radiotherapie-effectiviteit, en chemotherapie-tolerantie. Gecombineerde interventie (counseling + farmacotherapie) bereikt stoppercentages van 30-40% bij gemotiveerde patiënten.