Longadenocarcinoom
Longadenocarcinoom is het meest voorkomende subtype van longkanker (~40%) en ontstaat uit klierweefsel in de perifere longvelden. Het is het subtype met de hoogste frequentie van actionable drivermutaties, met name EGFR, ALK, ROS1 en KRAS G12C. Adenocarcinoom komt relatief vaker voor bij vrouwen en niet-rokers.
Kernbegrippen
- Lepidisch groeipatroon
- Niet-invasief groeipatroon langs alveolaire wanden — gunstige prognose bij pure lepidische tumoren.
- Acinar/papillair/micropapillair
- Invasieve groeipatronen met toenemende agressiviteit; micropapillair en solide zijn hooggradig.
Pathologie en moleculaire kenmerken
Histologische classificatie
De WHO 2021-classificatie onderscheidt: adenocarcinoom in situ (AIS), minimaal invasief adenocarcinoom (MIA) en invasief adenocarcinoom met subtypen: lepidisch, acinair, papillair, micropapillair en solide. Het predominante groeipatroon bepaalt de gradering en prognose.
Moleculaire diagnostiek
Bij adenocarcinoom is uitgebreide moleculaire diagnostiek essentieel. EGFR-mutaties (exon 19-deletie, exon 21 L858R) komen voor bij 10-15% in Europa, hoger bij Aziatische populaties. ALK-fusie (3-5%) en ROS1-fusie (1-2%) worden gedetecteerd met IHC en FISH/NGS. KRAS G12C (13%) is nu behandelbaar met sotorasib en adagrasib.