Immunotherapie bij patiënten met auto-immuunziekten
Patiënten met pre-existente auto-immuunziekten (reumatoïde artritis, IBD, psoriasis, MS) zijn doorgaans uitgesloten van immunotherapie-trials. Retrospectieve data tonen dat checkpointremmers veilig kunnen worden ingezet bij milde, goed gecontroleerde auto-immuunziekte, maar het risico op flares is ~30-40%. Ernstige auto-immuunziekten (actieve SLE, transplantatiepatiënten) vereisen terughoudendheid.
Kernbegrippen
- Flare
- Opvlamming van een pre-existente auto-immuunziekte na start van checkpointremmer.
- De novo irAE
- Nieuw optredende auto-immuunachtige bijwerking los van de pre-existente auto-immuunziekte.
Immunotherapie bij auto-immuunziekte
Risicostratificatie
Laag risico: vitiligo, gecontroleerde hypothyreoïdie, milde psoriasis — immunotherapie veelal veilig. Matig risico: reumatoïde artritis, IBD in remissie — overweeg immunotherapie met intensieve monitoring. Hoog risico: actieve SLE, myasthenia gravis, orgaantransplantatie — relatieve contra-indicatie; anti-PD-1 bij transplantatie geeft ~40% rejectierisico.