Biomarkers voor immunotherapierespons
De selectie van patiënten die profiteren van immunotherapie is een kernuitdaging. Gevalideerde biomarkers zijn PD-L1-expressie (IHC), microsatellietinstabiliteit (MSI-H/dMMR) en tumor mutational burden (TMB-H). Geen van deze biomarkers is perfect: PD-L1-negatieve patiënten kunnen toch responderen, en PD-L1-positieve patiënten kunnen falen. Opkomende biomarkers omvatten interferon-gamma-signaturen, T-celinfiltratiescore en ctDNA-kinetiek.
Kernbegrippen
- PD-L1 IHC
- Immunohistochemische bepaling van PD-L1 op tumor- en immuuncellen — meest gebruikte biomarker maar imperfect.
- TMB
- Tumor Mutational Burden — aantal somatische mutaties per megabase; hoge TMB correleert met immunotherapierespons.
Biomarkers voor immunotherapieselectie
Gevalideerde biomarkers
PD-L1 TPS/CPS: predictief bij NSCLC, hoofd-hals, blaas, maag. Verschillende antilichamen (22C3, SP263, SP142) met niet volledig uitwisselbare resultaten. MSI-H/dMMR: tumoragnostisch gevalideerd (pembrolizumab). TMB-H (≥10 mut/Mb): tumoragnostisch geregistreerd maar klinische utiliteit wisselend per tumortype.
Opkomende biomarkers
ctDNA-kinetiek: vroege daling voorspelt respons. Interferon-gamma-genexpressieprofiel. Tumor-infiltrerende lymfocyten (TILs). Microbioomsamenstelling. Gecombineerde biomarkermodellen zullen waarschijnlijk individuele markers overtreffen.