Aandoening

Bispecifieke antilichamen in de hematologie

Bispecifieke antilichamen binden gelijktijdig aan een tumorantigeen en CD3 op T-cellen, waarmee ze een immunologische synaps vormen. Blinatumomab (CD19×CD3) bij ALL, glofitamab/epcoritamab (CD20×CD3) bij DLBCL, teclistamab/elranatamab (BCMA×CD3) bij multipel myeloom. Off-the-shelf beschikbaar, in tegenstelling tot CAR-T.

Bispecifieke antilichamen in de hematologie

Mechanisme

Bispecifieke antilichamen koppelen een tumorantigeen aan CD3 op T-cellen, waardoor een immunologische synaps wordt gevormd onafhankelijk van de TCR-specificiteit. Voordelen versus CAR-T: off-the-shelf beschikbaar, geen productietijd, herhaalbaar toedienbaar. Nadelen: continue infusie of frequente toediening, CRS-risico, infectierisico.

Geregistreerde middelen

ALL: blinatumomab (CD19×CD3, Blincyto). DLBCL: glofitamab (CD20×CD3, Columvi — vaste behandelduur 12 cycli), epcoritamab (CD20×CD3, Epkinly — subcutaan). Multipel myeloom: teclistamab (BCMA×CD3, Tecvayli), elranatamab (BCMA×CD3, Elrexfio), talquetamab (GPRC5D×CD3, Talvey). MajesTEC-3: teclistamab plus daratumumab toont verbeterde uitkomsten.

← Alle onderwerpen in Hematologische maligniteiten