Overleving en prognose bij borstkanker
De vijfjaarsoverleving bij borstkanker in Nederland bedraagt circa 88%, variërend van >95% bij stadium I tot <30% bij stadium IV. De overleving is de afgelopen decennia sterk verbeterd door vroege detectie, betere stadiëring en effectievere systemische therapieën. Moleculair subtype is een sterke prognostische factor: HR+/HER2- heeft de gunstigste prognose, TNBC de minst gunstige.
Kernbegrippen
- Vijfjaarsoverleving
- Percentage patiënten dat 5 jaar na diagnose nog in leven is — standaardmaat voor kankerprognose.
- Relatieve overleving
- Overleving gecorrigeerd voor de achtergrondsterfte — geeft de kankerspecifieke impact weer.
Prognose en beïnvloedende factoren
Factoren
Stadium bij diagnose is de belangrijkste prognostische factor. Moleculair subtype: luminal A beste prognose, TNBC en HER2-positief (vóór anti-HER2-therapie) slechtste. Leeftijd: jonge vrouwen (<40) hebben vaak agressievere tumoren. Genexpressietesten verfijnen de prognose-inschatting bij HR+/HER2-.
Trends
De Nederlandse borstkankersterfte is sinds 1990 met meer dan 30% gedaald. De introductie van trastuzumab, CDK4/6-remmers en ADC's heeft de overleving bij gemetastaseerde ziekte verlengd van maanden naar jaren bij specifieke subgroepen.