Lobulair carcinoom
Invasief lobulair carcinoom (ILC) is het tweede meest voorkomende type invasieve borstkanker (~10-15%). Het groeit typisch diffuus en in rijen (Indisch vijlpatroon), waardoor het klinisch en radiologisch moeilijker te detecteren is. ILC is vrijwel altijd ER-positief en HER2-negatief. De behandeling volgt grotendeels dezelfde principes als ductaal carcinoom, maar met specifieke diagnostische aandachtspunten.
Kernbegrippen
- ILC
- Invasief lobulair carcinoom — diffuus groeiend borstcarcinoom met verlies van E-cadherine-expressie.
- E-cadherine
- Celadhesiemolecuul dat afwezig is bij lobulair carcinoom door CDH1-mutatie, verklaard het diffuse groeipatroon.
- CDH1-mutatie
- Kiembaanmutatie in CDH1 geassocieerd met erfelijk lobulair borstkanker en diffuus maagcarcinoom.
Kenmerken en behandeling van lobulair carcinoom
Pathologie en diagnostiek
ILC kenmerkt zich door verlies van E-cadherine-expressie, wat leidt tot een diffuus groeipatroon. De tumor is vaak slechter zichtbaar op mammografie dan ductaal carcinoom. MRI van de borst is gevoeliger voor het detecteren van ILC en wordt aanbevolen voor preoperatieve stadiëring. Het histologische subtype (klassiek, pleomorf, tubulolobulair) beïnvloedt de prognose.
Behandeling
De chirurgische en systemische behandeling is vergelijkbaar met ductaal carcinoom, gestuurd door stadium en moleculair subtype. Aangezien ILC vrijwel altijd HR-positief is, speelt endocriene therapie een centrale rol. CDK4/6-remmers worden bij gemetastaseerd ILC ingezet conform de standaard HR+/HER2- richtlijnen. De respons op neoadjuvante chemotherapie is doorgaans lager dan bij ductaal carcinoom.