Aandoening

Ductaal carcinoom in situ (DCIS)

Ductaal carcinoom in situ (DCIS) is een proliferatie van maligne epitheelcellen binnen de melkgangen, zonder doorbraak door de basaalmembraan. Het wordt beschouwd als een voorstadium van invasief carcinoom. DCIS wordt vrijwel altijd ontdekt bij mammografiescreening als groepje microcalcificaties. De behandeling bestaat uit chirurgie, eventueel aangevuld met radiotherapie en endocriene therapie.

Kernbegrippen

DCIS
Ductaal carcinoom in situ — maligne cellen beperkt tot de melkgangen zonder invasie in het stroma.
Microcalcificaties
Kleine kalkafzettingen zichtbaar op mammografie, kenmerkend voor DCIS.
Van Nuys Prognostic Index
Scoresysteem dat het recidiefrisico bij DCIS inschat op basis van grootte, marge, graad en leeftijd.

Diagnose en behandeling van DCIS

Diagnose

DCIS wordt in >90% van de gevallen ontdekt als een cluster microcalcificaties bij mammografiescreening. De diagnose wordt bevestigd met een stereotactische biopsie. Histologisch wordt DCIS geclassificeerd naar graad (laag, intermediair, hoog) en de aanwezigheid van comedo-necrose. Hogere graad en comedo-type hebben een hoger risico op progressie naar invasief carcinoom.

Behandeling

De standaardbehandeling is chirurgische excisie met vrije marges. Bij borstsparende chirurgie wordt aanvullende radiotherapie aanbevolen om het recidiefrisico te halveren. Endocriene therapie (tamoxifen of aromataseremmers) kan overwogen worden bij ER-positief DCIS ter verlaging van het ipsilaterale en contralaterale risico. Het nut van deels onthouden van behandeling wordt onderzocht in trials zoals LORD en COMET.

Relevante richtlijnen

Alle richtlijnen →

← Alle onderwerpen in Borstkanker